Zeilen onder de tropische zon

Vaarwel regenwoud

In Borneo had in een klein plaatsje aan kust een lift kunnen krijgen naar Java en daarvoor zou enkele dagen op zee zijn. Na maanden in de jungle leek me dit wel aangenaam. Ik kon mee voor een tientje en mocht aan boord komen van het kleine vrachtscheepje van nog geen 15 meter.

Op de houtlading was mijn aangewezen plek. Op een stapel planken rolde ik mijn matje uit en maakte ik het mezelf comfortabel. Die avond voeren we uit, de Javazee op en ik liet het grote groene regenwoud-eiland achter me.
Er waren wat andere mensen aan boord, vrouwen en kinderen. Ik denk dat ze bij de crew hoorden. Er was geen luxe en nogal spartaans, maar het weer en de zee waren rustig en mooi. De relatieve stilte op die kalme zee, het kleine bootje, het bijna oranje gekleurde water van de zonsondergang en mijn gedachten over alles wat ik had meegemaakt in Borneo maar ook wat daar allemaal wel niet onder het wateroppervlak leefde, deden mijn gedachten afdrijven…

Plannen moet je niet alleen maken, die moet je doen!

Ik had al bedacht dat ik terug wilde naar Curacao. Ik herinnerde me dat er een groot wit zeilschip lag in de haven aan de beroemde handelskade met zijn gekleurde pittoreske huizen. Terug in Nederland besloot ik het telefoonnummer op te zoeken van het zeilschip. Ik had geen enkele behoefte om te werken en “een leven opbouwen” in Nederland. Ik had geweldige herinneringen aan mijn 9 maanden in Curaçao en bovendien had ik daar  een vriendin. En niets kon me tegenhouden om weer richting dat paradijs te gaan. Ik belde het nummer en kreeg een vrolijke meid aan de lijn. Ik legde uit dat ik wilde komen zeilen, of dat kon en hoe dat eventueel in zijn werk zou gaan. “Of ik kon zeilen of ervaring had”? Uh, nou ik kon bergbeklimmen en kwam net uit de jungle van Borneo en was erg sportief en leerde snel. “Of ik niet een CV kon opsturen”. Uh, ja, ik zal hem faxen (*faxen is een soort emailen in de tijd dat toetsenborden nog handmatige printers waren).

Gewoon gaan met die banaan!

Daar zat ik dan, net mijn CV op de fax gezet, te wachten… Dat zat me niet lekker. Ik had net genoeg geld voor een vliegticket en nog 400 gulden. Enfin ik kon het misschien een week of 2 a 3 uithouden dus ik moest snel iets vinden qua kost & inwoning of inkomen als ik besloot direct te vertrekken. Dus ik vertrok want wachten leek me ook niet erg zinvol. Ik kwam aan in Curacao en ging naar een kleine hostel die ik nog kende van 2 jaar daarvoor toen vrienden man me er logeerden. Er waren nu nieuwe eigenaren. Niet meer de blije populaire Surinamers, maar een royale ronde dame van lokale komaf met een magere assistente uit de Dominicaanse Republiek. Beiden bleken erg spiritueel en waren in contact met de geesten voor raad en advies. Ik deed mijn verhaal en de dames waren gefascineerd geraakt. Ik had een goed rapport met hen en ik kon een kamer met eigen buiteningang krijgen. Voor wat hand en spandiensten kon ik ook nog goedkoop gaan wonen, maar daar zou ik nog meer over horen.

Aan boord

Dus so far so good. Ik was terug op Curacao. Wel apart want als marinier verdiende ik best veel geld en nu was ik een arme reiziger die van niks moest rondkomen en veel geluk kon gebruiken. Maar enfin, ik klaagde niet en ging richting het grote zeilschip: “de Insulinde”. Ik liep de stad in, kende de weg nog redelijk goed en kwam aan bij de weg waar het schip aan de kade lag. Een prachtig groot wit schip. Ik had me altijd al afgevraagd waarvoor het gebruikt werd en van wie het was. Daar zou ik nu wel achter komen. Ik stond langszij en zag een vrolijke meid en we kregen contact. Ik vertelde dat ik gebeld had gisteren over de mogelijkheid om aan boord te werken en mee te reilen en zeilen. Uh, maar jij belde vanuit Nederland toch?! Ja, klopt, maar ik ben nu hier. Ik ben heel benieuwd of het mogelijk is en wat ik moet doen? Ze moest er om lachen en ik werd voorgesteld. Het voelde goed. De kapitein was een man met een witte baard en vroeg me of ik wist wat een paalsteek was en een mastworp. Ja tuurlijk, ik deed al jaren aan bergsport. Met een kritische blik op mijn avontuurs-CV kreeg ik een kansje: Met een paar “ifs and buts” ging ik retour. Máár met het vooruitzicht dat ik een keer mee mocht zeilen als test. Dus dat was súper! Ik mocht meezeilen!

Terug in het hotelletje deed ik mijn verhaal. De dames keken elkaar aan en dachten er het hunne van. Ik had mijn vriendin gebeld en we spraken af. Haar vader kon mijn bloed altijd drinken dus daar langsgaan was tricky. Maar we waren gek op elkaar en na haar zo lang gemist te hebben was het fijn weer in de buurt te zijn.
De hoteldames vroegen of ik interesse had om een bar te maken in het overdekte binnenplaatsje waar allerlei kamers op uitkwamen? Ik kon wel wat uitproberen zegde ik toe en mocht goedkoper verblijven.
Ik probeerde een autootje te kopen en dat liep uit op een fiasco. De auto stond er wel maar deed het nooit en de verkoper was ook foetsie. Met weinig geld was dat wel dingetje, maar zonder lukte ook wel. Ik voelde me wel een beetje genaaid want de hoteldame had bemiddeld en had ook niet zo’n zin om zich er verder aan te branden.
Bij drank importeurs had ik gratis ijskasten met glazen deuren geregeld en die werden gebracht. Voor een habbekrats had ik wat gekleurde lampen en wat muziek geregeld en al snel had je een best leuk barretje in de Cariben. Ik mocht voordeliger in het hotelletje verblijven, dus dat was geweldig. Het zag er naar uit dat ik het zo wel iets langer kon gaan volhouden.

Zeilen

De zeildag was aangebroken en ik “monsterde aan”. Iedereen even voorstellen en handen schudden. Er waren allemaal interessante avontuurlijke jonge en ook oudere lui aan boord als crew. Een Zwitser die thuis een familiedrukkerij had. Uiteraard die blije blonde griet die ik in Nederland al aan de lijn had. Een oudere Belg. En ook een boel mensen die er werkte of meehielpen maar niet aan boord woonden en in de hangmatten sliepen aan dek. Maar een drukke bedoeling zo’n ochtend. Gasten arriveren, logistiek met eten, drinken, benzine voor de outboard, mensen met vragen, ik met veel vragen, en los ging de trossen en we waren onderweg.
Er waren een paar soorten trips; Dagtrips naar een strand waar dan gesnorkeld werd en uitgebreid gebarbecued. Ook de zeilen hijsen was een ding. De gaffel en de mast vereisten beiden een man of 8 die je dan moest coördineren om die onder een bepaalde hoek te hijsen. Dat was een hele klus en als dat erop zat lustte je al wel een biertje, tegen tienen in de hete zon, in de ochtend. Uiteraard werd er ook veel gedronken en gedanst. We voeren in een rubber zodiac met buitenboordmotor waar ik wel raad mee wist. Dat was altijd leuk spelen natuurlijk en toeristen  moesten van het schip dat voor anker lag naar het strand en terug gebracht worden.
Ook waren er weekend trips naar Bonaire en gingen ze soms een wat langer weekend naar Venezuela toe.
Ik had het ontzettend naar mijn zin gehad die eerste zeildag. Er waren geen ongelukjes of nare politieke spelletjes geweest met andere crewleden ofzo maar niet met iedereen had ik direct een klik, maar met sommigen juist wel. Het voelde goed. Bovenal, ik mocht terugkomen! Over een paar dagen gingen ze weer en ik mocht weer mee. Dat voelde zo heerlijk dat ik op dat schip werkte en mee mocht en leuke mensen leerde kennen en weer in Curacao was in de zon…. ik genoot en voelde me gelukkig!

De hoteldames hadden overleg gehad en de geesten hadden hen verteld dat alles dat ik deed, tot een succes werd. Ik wist niet meer of ik daar nu blij of angstig van moest worden. Ze hadden een zakelijke vriendin uitgenodigd die met me in gesprek wilde. Laten we zeggen, een hele ronde dame zoals je ze bijna alleen uit de Antillen kent, met een super knap gezichtje vond me klaarblijkelijk een erg interessante figuur. Er werden meer en meer dingen van me verlangd om te doen voor hun bar-plan en alles dat daarbij hoorde. Contracten met drankleveranciers en natuurlijk klanten.  Ik kleedde alles aan zo leuk en low budget als maar kon en het voelde ook leuk om te doen.

Aan boord: inspannen & ontspannen

Na een keer of drie meezeilen mocht ik mijn spullen pakken en aan boord komen wonen en werken. Dat was alles dat ik voor ogen had. Alle crew waren geweldig en we hadden zoveel lol. We gingen uit, hielpen elkaar, zwaaiden elkaar uit op de luchthaven als iemand al of niet tijdelijk weg ging en hadden leuk contact met alle andere mensen en crew. En het werk was natuurlijk niet echt vervelend werk maar geweldig leuk mensen ronselen voor het hijsen van zeilen, op de boegspriet staan om de fokken binnen te halen was een immens avontuur. Drankjes rondbrengen en met de zodiac varen, dansen, drinken en slapen deden we in hangmatten. De hete zon wekte je in de ochtend en na een frisse duik was je kater enigszins weer weg.
Ik zeilde mee naar talloze keren Bonaire. De uitgebreide ontzettend lekkere barbecue feestmaaltijden van de geweldige kokin werden nooit saai. Soms werd het in de avond haaije voeren met de leftovers. Als je dronken de laatste boot gemist had terug naar het schip, was dat soms wel effe een dingetje, want zo’n held ben ik niet met water en mijn angsten. Maar het feest bleef maar doorgaan.
Ook voeren we naar Venezuela. We kwamen aan bij een klein kustplaatsje en hier kocht de schipper zijn rum in. Dat wilde zeggen, belastingvrij en een hele kamer tjokvol dozen flessen rum. Ik kon mijn naïeve ogen niet geloven, maar dit was de Caribbean natuurlijk en alles kon. Daarna naar de eilanden ten oosten van Bonaire dat slechts 60 mijl van de kust ligt. Die Venezolaanse eilanden waren prachtig en waar wij waren was het nauwelijks bewoond. Hier voor anker in de ondiepe helder blauwe wateren was een onwerkelijk paradijs. Altijd lekker spelen, stoeien, in het water duiken of geduwd worden, bootje varen of duiken, zonnen, over het strand struinen. Alles kon en alles was geweldig mooi. Ik had al heel wat gedoken in Curacao, klein Curacao, Belize en Bonaire maar hier had ik mijn eerste echte ontmoeting met een grote groene moreen-aal. Een dij-dikke, altijd met zijn bek happende, moreen-aal kwam half uit zijn hol toen ik er langs zwom.  Ik vond het mooi maar eng. Enige weken daarvoor hadden twee crewleden per ongeluk tijdens het vissen een kleine moreenaal gevangen en wilde i.p.v. de lijn doorknippen, de haak uit zijn bek halen. Die hapte vervolgens bijna de halve hand eraf (ik overdrijf, maar het was bloedig).

Mijn geluk ligt dicht bij de natuur

Ik begreep altijd al dat mijn geluk dicht bij de natuur lag. Met veel bergbeklimmen of trektochten door jungles waren dat altijd tijdelijke aangelegenheden. Maar op een zeilschip kon je altijd dicht bij de natuur zijn en je eigen pad kiezen, vrij reizen.  Ik zag dan ook soms een klein zeiljachtje met jongelui de haven in komen. Onrustige drukke koppen staken af en toe boven het dek uit, bruin en wild maar happy. 
Zo’n kleine 6 maanden zeilde ik aan boord van de Insulinde. Een schip met een schipper die je nooit meer vergeet. Een klassieke Caribbean drunk die met mate goed te doen is. Vrienden kwamen en vrienden gingen. Tot het moment daar was dat ook ik afscheid nam. Het was eenvoudigweg prachtig geweest op zo vele fronten. Vrienden die ik daar maakte zijn mijn leven lang gebleven, plannen en dromen ook. De herinneringen zijn gouden glimlachen en zon, zee en strand hielpen mee. Ik bleef eeuwig dankbaar voor een ongelofelijke leuke en leerzame ervaring. Korte tijd later ging ik weer naar Nederland. Weer een avontuur verder.